hoogste punt

Droge, schone vloer

Van voor naar achter, of van hoog naar laag. Dat is in ons schip (en ik denk de meeste schepen) hetzelfde. Verwarrend? Ik leg het uit. Het schip ligt voor hoger in het water dan achter. Dat is maar goed ook, niet voor het water rond het schip, maar wel voor water dat in het schip komt (bijvoorbeeld door lekken in het dek, lekkend breeuwwerk). Dat water loopt dan van voor (de hoge kant) naar achter (de lage kant) en eindigt in de ‘bilge’, onder de motor in de machinekamer. Daar zit een pomp, die pompt eventueel binnengelopen water weer naar buiten. Zet een sensor in de bilge en water wordt automatisch afgevoerd.
Mooi man!

voor-achter

Arno – Stalen Modderfokker 1-0

In de CUX12 is de vrije loop van water mogelijk gemaakt door in de spanten, tegen de kielbalk, een hoekje uit het spant te sparen. Water kan dus langs de kielbalk helemaal van voor naar achteren lopen. Dat wil zeggen, in theorie.
In de praktijk bleken veel van deze uitsparingen verstopt te zitten met resten hout, schroeven, ijzervijlsel, zand, schelpen en ga zo maar door. Al dat spul is in de loop der jaren met elkaar ‘vergroeid’. Het zijn dus een soort van steenachtige klompen geworden die de doorgang van het water beletten. Gevolg? Er blijft water op de bodem staan. Het verzamelde zich bij voorkeur ter hoogte van de scheiding tussen bemanningsverblijf en visruim, en op de scheiding van het visruim en de machinekamer.

Ruim drie dagen zijn al bezig om het water weer vrije doorgang te geven. Emmers met steentjes, roestklompen, schroeven, ty-wraps, ringen, zand, schelpen en andere bende hebben we losgepeuterd, geslagen en gewroet. Om maar te zwijgen van de olieachtige drab. Ik vond zelfs een 20 cm lange stalen beitel en een v-snaar.
Het water kan nu vrij lopen. Van voor tot – bijna – achter. Er is nog een plek waar de kanalen verstopt zitten. Tussen het laatste spant en de bilge. Tussen het visruim en machinekamer was al een drama, deze laatste klus vraagt de soepelheid van een worm, de grootte van een kabouter, met de spierkracht van een stratenmaker. Ergo; je kunt er niet bij.

voor-achter

The name is Goor. Just Goor

Gisteren een stalen brug weg geslepen in de machinekamer (daar stond vroeger een as op voor de hydrauliek). Dan zou ik er in ieder geval iets beter bij kunnen. Vanmiddag lag ik op mijn buik naast de motor, mijn hoofd en schouders in de bilge, een beetje bungelend met mijn blote handen de troep bij elkaar te graven. Handje voor handje de bende op het spant leggen, dan weer overeind en de prut in een emmer scheppen. Morgen vanuit de zelfde houding proberen de gaten door te steken. Wat. Een. K-klus….

Maar, het gaat natuurlijk lukken. Tot nu toe is alles gelukt, hoe onoverkomelijk het er ook in eerste termijn uitzag.
We waren aan het einde van de dag Geer en Goor.
Geer, want we hadden er ‘de kracht niet meer voor’.
En Goor. Vooral goor